|
Aanbevolen verlichtingsniveaus (LUX) |
|
Binnen een omgeving worden specifieke eisen gesteld met betrekking tot verlichting. In de NEN 1890 norm staan de vereiste lichtniveaus beschreven. |
|
NEN 1890 Het ontwerp moet dus rekening houden met nieuwwaarde-index, meestal 1,4 en de gelijkmatigheidsindex (meestal 0,75) en de eerder genoemde standaardverlichtingssterkte. Dit heeft tot gevolg dat de ontwerpwaarde op 1,87 keer de vereiste standaard-verlichtingssterkte ligt. Voor etalages kunt u 1600 tot 2000 lux aanhouden, gezien de taak en de inval van het zonlicht. |
|
Klasse |
Aard van |
Sub- |
Typering van de taak |
Standaard-verlichtingssterkte |
Ontwerpwaarde |
(x 1.87) |
||||||
|
I |
Oriëntatieverlichting |
A |
waarnemen van grote objecten en beweging van personen |
50 lux |
opslagruimte, parkeergarage |
± 100 lux | ||||||
|
B |
waarnemen van grove details en herkenning van personen |
100 lux |
gang, trappenhuis, lift |
± 200 lux | ||||||||
|
II |
Werkverlichting |
A |
waarnemen van grove details |
200 lux |
grof constructiewerk, magazijn |
± 375 lux | ||||||
|
B |
lezen, schrijven en vergelijkbaar |
400 lux |
kantoor, leslokaal, montagewerk |
± 750 lux | ||||||||
|
C |
kleinere details dan II B |
800 lux |
tekenkamer, fijn montagewerk |
± 1500 lux | ||||||||
|
III |
Speciale werkverlichting |
A |
waarnemen van zeer fijne details en zwakke contrasten op een donkere achtergrond |
1600 lux |
precisiewerk, kadastraal |
± 3000 lux | ||||||
|
B |
waarnemen aan de grens van het gezichtsvermogen |
> 3200 lux |
inspectiewerk operatietafel |
± 6000 lux |
||||||||
|
| |
| |
|||||||||||